• Dit praktijkboek laat zien hoe je fasegericht kunt werken in schematherapie. Door fases toe te passen met elk een eigen doel en houding werk je, in teamverband of alleen, stap voor stap naar het einde. Het boek biedt een leidraad voor een optimale balans tussen cognitieve, gedragsmatige en experiëntiële technieken, meegaan en confronteren, vallen en opstaan, vertrouwen en begrenzen, werken en spelen.

    Schematherapie: werken met fases in de klinische praktijk  kiest, tussen alle boeken over schematherapie, een unieke invalshoek. Je krijgt handvatten om het complexe therapieproces overzichtelijk te houden en tegelijkertijd meer diepgang en emoties te bereiken. Je creativiteit en enthousiasme worden aangewakkerd. Je zelfvertrouwen groeit en je durft meer.   

    Het boek begint met een korte weergave van de theoretische kaders van schematherapie en groepsschematherapie. Ook komt aan de orde waar en waarom het in de praktijk vaak mis gaat. Door de behandeling consequent op te delen in fases met elk een eigen kader, thema, basisbehoefte en aanpak houd je grip op de therapie. De vier verschillende fases worden in de daaropvolgende hoofdtukken toegelicht en uitgewerkt. Elk hoofdstuk bevat tevens voorbeelden van oefeningen, aandachtspunten en tips. Het laatste hoofdstuk geeft antwoord op veel gestelde vragen over het werken met schematherapie en praktische handvatten voor de dagelijkse praktijk.

    Rosi Reubsaet werkt als klinisch psycholoog met individuele schematherapie en groepsschematherapie, en als supervisor en docent schematherapie. De fasegerichte werkwijze bracht ze tot stand samen met haar collega's van de Academie voor Schematherapie. Samen willen ze hun ervaringen en oplossingen door geven aan collega's, zodat zij, en hun cliënten, met meer vertrouwen aan de slag kunnen.   

  • Dit boek laat zien wat het lichaam van een patiënt de psychotherapeut in klinische situaties kan vertellen. Het helpt om lichaamstaal te leren zien en te interpreteren, om beter te begrijpen wat patiënten je vertellen. Aan de hand van filosofische, intersubjectieve en neurobiologische theorieën legt het uit waar je op kunt letten, en beschrijft het specifieke lichaamsgerichte interventies. Het boek is bedoeld voor psychiaters, psychologen en psychotherapeuten, maar is ook geschikt voor de geïnteresseerde leek.

    Het lichaam in psychotherapie begint met een korte inleiding in de gedachten over lichaam en geest in de psychiatrie en de filosofie. Vervolgens behandelt het in verschillende hoofdstukken onder meer de geschiedenis van het lichaam in de psychotherapie, de functie van de beide hersenhelften, de huidgrens en de effecten van sociale aanraking. Daarna volgen hoofdstukken over neuroceptie, interoceptie en ons lichaam in relatie met anderen. De laatste hoofdstukken gaan over de klinische praktijk van het niet-ervaren lichaam, verhalen van patiënten die in verwarring zijn over hun lichaam, en de lichamelijke respons van de psychotherapeut in de somatische resonantie en de tegenoverdracht.

     

  • Agressie is een veelvoorkomend probleem met verschillende verschijningsvormen, zoals fysiek geweld, geweld gericht op materiële zaken en verbaal geweld. Niet alleen slachtoffers van agressie ondervinden hiervan nadelige gevolgen. Veel daders nemen zich voor om dit niet meer te laten gebeuren. Maar echt stoppen met agressie blijkt vaak moeilijker dan gedacht.Dit werkboek hoort bij de handleiding voor psychotherapeuten.Aan de hand van cognitieve gedragstherapie wordt een kader geboden waarbinnen het agressieve gedrag op een actieve manier kan worden aangepakt.Aanbod komen onder andere: het in kaart brengen van agressief gedraginzicht krijgen in de oorzaken van agressiemaatregelen om escalaties te voorkomensociale vaardighedengedachtepatronen die leiden tot agressie veranderende rol van het verledenterugvalpreventieHet werkboek is bedoeld voor iedereen die vindt dat hij of zij een probleem heeft met agressie en daar iets aan wil doen.

  • Lorsqu'il publie cet ouvrage en 1956, Abraham Maslow est encore inconnu. A partir des effets de la frustration, qu'il a étudiés sur des animaux, Maslow essaie de déterminer une théorie générale du besoin et, plus largement, de la motivation. Mais l'originalité de sa démarche le conduit à se démarquer à la fois du behaviorisme (psychologie du comportement) et du cadre conceptuel psychanalytique.

    Sa fameuse hiérarchie des besoins (physiologiques - de sécurité - d'appartenance et d'amour - d'estime - d'accomplissement de soi), ouvre la voie à toute une série d'expériences et de progrès en psychologie du travail. Plus tard, des praticiens modéliseront sa théorie sous la forme d'une pyramide dite "pyramide de Maslow".

    En étudiant le rôle de la frustration dans les névroses, Abraham Maslow met à jour les besoins constitutifs de la nature humaine. Dans la même logique, il élargit le champ de la psychologie aux questions des valeurs, de la santé, du sentiment de plénitude, des états mystiques... Il s'agit d'un complet renversement de perspective par rapport aux écoles qui l'ont précédé.

empty